Milieuzaken:
feiten, getallen en opinies

Klimaat-modellen

U bent hier: inhoudsopgave - de aarde - klimaatverandering - klimaatmodellen
Afkorting of begrip onbekend ? Raadpleeg ons milieuwoordenboek !

Google
 
Web www.hugovandermolen.nl

There is something fascinating about science. One gets such wholesale returns of conjecture out of such trifling investment of facts.
(Mark Twain)

It’s tough to make predictions, especially about the future. 
(Yogi Berra)

It doesn't matter how beautiful your theory is, it doesn't matter how smart you are. If it doesn't agree with experiment, it's wrong. 
(Richard P. Feynman)

Waarom zou klimaatwetenschap een vak apart zijn? Er zijn tenminste vijf disciplines voor nodig om iets van het vak te begrijpen: meteorologie, fysica en proceskunde, wiskunde en statistiek (Arthur Rörsch op climategate.nl in een commentaar).


Klimaat-theorie anno 1974

In 1974 schreef de CIA een (geheim) rapport waarin werd gewaarschuwd voor afkoeling van het klimaat met ernstige gevolgen voor de wereld-voedselvoorziening: "Potential Implications of Trends in World Population, Food Production, and Climate", welk rapport pas in 1995 is vrijgegeven. in Annexx II van dat rapport wordt de toen vigerende klimaat-theorie beschreven. Maar zo geheim waren die ideeën niet:

in 1977 was Time Magazine al bevreesd voor een naderende ijstijd.

In 2006 (29 jaar later) was hun angst daarvoor echter al weer over: toen waren ze bang voor Global Warming.

time Magazine zowel bang voor global cooling als global warming: gewoon altijd bang dus


  The origins of the global warming scare
(bron: Global Warming:  How It All Began by Richard Courtney)

The hypothesis of man-made global warming has existed since the 1880s. It was an obscure scientific hypothesis that burning fossil fuels would increase CO2 in the air to enhance the greenhouse effect and thus cause global warming. Before the 1980s this hypothesis was usually regarded as a curiosity because the nineteenth century calculations indicated that mean global temperature should have risen more than 1°C by 1940, and it had not. Then, in 1979, Mrs Margaret Thatcher (now Lady Thatcher) became Prime Minister of the UK, and she elevated the hypothesis to the status of a major international policy issue.

Mrs Thatcher is now often considered to have been a great UK politician: she gave her political party (the Conservative Party) victory in three General Elections, resided over the UK’s conduct of the Falklands War, replaced much of the UK’s Welfare State with monetarist economics, and privatised most of the UK’s nationalised industries. But she had yet to gain that reputation when she came to power in 1979. Then, she was the first female leader of a major western state, and she desired to be taken seriously by political leaders of other major countries. This desire seemed difficult to achieve because her only experience in government had been as Education Secretary (i.e. a Junior Minister) in the Heath administration that collapsed in 1974. She had achieved nothing notable as Education Secretary but was remembered by the UK public for having removed the distribution of milk to schoolchildren (she was popularly known as ‘Milk Snatcher Thatcher’.)

Sir Crispin Tickell, UK Ambassador to the UN, suggested a solution to the problem. He pointed out that almost all international statesmen are scientifically illiterate, so a scientifically literate politician could win any summit debate on a matter which seemed to depend on scientific understandings. And Mrs Thatcher had a BSc degree in chemistry. (This is probably the most important fact in the entire global warming issue; i.e. Mrs Thatcher had a BSc degree in chemistry). Sir Crispin pointed out that if a ‘scientific’ issue were to gain international significance, then the UK’s Prime Minister could easily take a prominent role, and this could provide credibility for her views on other world affairs. He suggested that Mrs Thatcher should campaign about global warming at each summit meeting. She did, and the tactic worked. Mrs Thatcher rapidly gained the desired international respect and the UK became the prime promoter of the global warming issue. The influences that enabled this are described in Figure 1 and the following paragraphs.

Figure 1. Influences leading to UK imagined risk of global warming.

Overseas politicians began to take notice of Mrs Thatcher’s campaign if only to try to stop her disrupting summit meetings. They brought the matter to the attention of their civil servants for assessment, and they reported that - although scientifically dubious - ‘global warming’ could be economically important. The USA is the world’s most powerful economy and is the most intensive energy user. If all countries adopted ‘carbon taxes’, or other universal proportionate reductions in industrial activity, each non-US industrialised country would gain economic benefit over the United States. So, many politicians from many countries joined with Mrs Thatcher in expressing concern at global warming and a political bandwagon began to roll. Mrs Thatcher had raised an international policy issue and thus become an influential international politician.

Lees hier het complete verhaal:

Global Wahttps://twitter.com/CarbonBriefrming:  How It All Began
by
Richard Courtney



Klimaatmodellen worden steeds complexer

climaatmodellen gekoppeld

klik op afbeelding voor een vergroting

Bron: https://twitter.com/CarbonBrief/status/952823045105881088

Zie ook: How do climate models work ?


Nog veel te onderzoeken voor betrouwbaar klimaatmodel
door Fred de Koning, em. hoogleraar bestuurlijke informatieverzorging in het Financieel Dagblad (FD) van 9-3-2017
(onderstrepingen van de redactie van milieuzaken)

In het FD van 25 februari maakt Guus Berkhout zich terecht zorgen over de eenzijdigheid van het klimaatdebat. Het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) duldt weinig of geen tegenspraak, in strijd met de goede wetenschappelijke traditie dat uitspraken van onderzoekers slechts als hypothesen beschouwd worden. Andere onderzoekers zijn genoodzaakt deze uitspraken kritisch te onderzoeken en waar mogelijk te vervangen door betere verklaringen van de werkelijkheid. Voor een jonge wetenschap als de klimatologie is het desastreus om deze regels, van wetenschapsfilosoof Karl Popper, niet over te nemen.
De stelling dat CO2 de boosdoener is wordt onderbouwd met een correlatie tussen de gemeten temperatuur op aarde en de concentratie CO2 in de atmosfeer. Een correlatie is echter nog geen causaal verband. Wat is oorzaak en wat is gevolg? Uit onderzoek naar ijskernen op Antarctica is de conclusie te trekken dat de stijging van de concentratie CO2 achter loopt op de temperatuurstijging.
Er zijn andere factoren die de gemeten opwarming kunnen verklaren. Wellicht zijn wij nog herstellende van de kleine ijstijd uit 17e eeuw of zijn er kosmische invloeden. Wellicht zijn er andere broeikasgassen die een rol spelen bij de opwarming, bijvoorbeeld waterdamp, al dan niet in de vorm van ijskristallen.
Kortom, er is nog veel te onderzoeken, voordat wij echt goed zicht krijgen op het hoe en waarom van de gesignaleerde temperatuurstijgingen in de laatste decennia. De basis om uiterst kostbare maatregelen te nemen, zoals het vol zetten van de Noordzee met windmolens, lijkt daarvoor veel te fragiel. Bovendien wordt door alle aandacht voor de ‘War on CO2’, zoals Berkhout de benadering door het IPCC noemt, veel minder aandacht besteed aan andere milieuproblemen, zoals (ultra)fijnstof, roet en stikstofdioxide.

fijnstof en ultra fijnstof
Hein de Kort (in het FD) : klik op de cartoon voor een vergroting en hier voor zijn website.


In een Essay in het FD van 3-6-2017 wijst geowetenschapper Guus Berkhout er op dat we een duidelijk onderscheid moeten maken tussen milieu en klimaat.

Wat voor de natuurlijke omgeving glashelder is, is voor het aardse klimaat nog volstrekt onduidelijk. Het geologische archief van de aarde laat ondubbelzinnig zien dat ons klimaat in het verleden enorme veranderingen heeft gekend. Grote klimaatveranderingen zijn dus van alle tijden en zeker niet vanaf de jaren ’60, waarin de menselijke CO2 emissies begonnen te stijgen. De geowetenschappen vertellen ons dat er geen enkele aanwijzing is dat de grote natuurkrachten, die al miljoenen jaren verantwoordelijk zijn voor onze klimaatveranderingen, vanaf het midden van de vorige eeuw niet meer actief zouden zijn.

Hij betoogt dat wat voor de natuurlijke omgeving glashelder is (HHvdM (red.): we kennen vele oorzaken en gevolgen en we kunnen zinvol maatregelen treffen) is voor het aardse klimaat nog volstrekt onduidelijk. Wetenschappelijk verantwoorde klimaatmodellen moeten in de eerste plaats het verleden kunnen verklaren. Pas als we het verleden kennen en begrijpen is het mogelijk om iets zinvols over de toekomst te zeggen. Kijkend naar de enorme complexiteit van het aardse klimaat, zou de klimaatwetenschappers wat meer bescheidenheid passen. Met hun grote stelligheid over oorzaak en gevolg brengen ze veel schade toe aan de reputatie van de wetenschap.

Natuurlijk, onder mijn klimaatcollega’s zitten veel knappe koppen. In hun publicaties zitten echt geen denk- of rekenfouten. De angel zit in de aannames van hun model, zoals: 'de grote natuurkrachten spelen in klimaatverandering geen rol meer'. Over die aannames wordt in wetenschappelijke peer reviews niets gezegd, terwijl we het juist dáár over moeten hebben. We hebben ons in Parijs aangepraat dat het aardse klimaat maakbaar is, maar dat gevoel is wel het directe gevolg van aannames die we zélf hebben bedacht. Lees hier het hele essay.

Prof. dr. ir. A .J. (Guus) Berkhout is emeritus hoogleraar geowetenschappen en oprichter-directeur van het ‘Centre for Global Socio-Economic Change’.



climate control knobs  

Kritiek op de voorspellende waarde van klimaatmodellen / Wankele basis klimaatbeleid blijkt uit promotieonderzoek

Aan de Vrije Universiteit Amsterdam werd op 8-1-2015 een controversieel proefschrift verdedigd (Bakker, A., The robustness of the climate modelling paradigm, Proefschrift Vrije Universiteit Amsterdam (2015), 200 blz..)

Klimaatmodellen geven een weinig betrouwbaar beeld van de werkelijkheid, volgens promovendus Alexander Bakker. Dat de modellen steeds meer details van het klimaat meenemen in hun berekeningen doet daar niks aan af. Complexe modellen zijn niet per definitie beter dan simpele, denkt Bakker.

De stelling die Bakker inneemt is omstreden, al was het maar omdat het internationale klimaatpanel het IPCC zijn toekomstscenario’s voor een groot deel op klimaatmodellen baseert.

Eerst even een inleiding, die ik haal uit een artikel van Hugo Matthijssen op Climategate.nl van 8-2-2016:

Het klimaat en voornamelijk de temperatuurontwikkeling wereldwijd is van veel zaken afhankelijk waaronder CO2 maar ook van de oscillatie van de oceanen, de rol die oceaanstromingen spelen bij de warmteverdeling over de aarde, de werking van waterdamp, overheersende bewolking, aerosolen en zelfs grondgebruik zoals het verdwijnen van bossen en het uitgroeien van het stedelijk gebied etc. Het is dan ook een enorm ingewikkelde materie met veel elkaar beïnvloedende variabelen.

Om het klimaat, en dan met name de rol die CO2 daarin vervult, te kunnen bestuderen is het IPCC uitgegaan van vereenvoudigde modellen van deze werkelijkheid door aspecten waarvan ze denken dat de invloed minimaal is weg te laten. Vervolgens zijn die rekenmodellen vertaald in een of meer computermodellen waarmee men trachtte de toekomstige ontwikkelingen waaronder de mondiale temperatuurontwikkeling te voorspellen. Deze voorspellingen bleken er vaak naast te zitten. Ook een aantal aspecten zoals de stagnatie in de opwarming de afgelopen 18 jaar heeft men niet kunnen voorzien.

Wat je wel waarneemt nu is dat men de missers, met name zaken die in de praktijk anders bleken, of negeerde of met nieuwe modelberekeningen trachten te verklaren.

Een goed voorbeeld is het onderzoek van het KNMI naar de verdwenen warmte. Op grond van de modellen ging men er van uit dat er sprake moest zijn van opwarming zowel in de oceanen als in de atmosfeer en wat bleek: de opwarming stagneerde. Er werd weer een supercomputer van stal gehaald om dit te verklaren. Dat werd gedaan door er van uit te gaan dat de warmte er wel geweest moest zijn en op basis van deze vooronderstelling werden nieuwe modellen opgezet. En modelmatig is men op zoek gegaan naar de verdwenen warmte.

De conclusie na veel rekenen was dat een deel van de warmte extra kon zijn uitgestraald naar de ruimte en een deel verdwenen zou kunnen zijn naar de diepere lagen van de oceaan. De link (helaas gebroken) geeft het onderzoek goed weer en wat zien we, men gaat modelmatig verklaren wat de oorzaak zou kunnen zijn dat de praktijkgegevens niet overeenstemmen met de eerdere voorspellingen.

Vervolgens gaat het KNMI nog een stap verder door te verklaren dat ze de verdwenen warmte gevonden hebben en brengen dat breeduit in het nieuws terwijl het echt niet meer is dan het resultaat van modelberekeningen. Kijk maar eens naar dit bericht van het KNMI.

Als je verder leest kom je het volgende in dit bericht tegen: ‘Voor hun onderzoek ‘Op zoek naar de ‘verdwenen warmte’ in de bovenlaag van de oceaan’ hebben KNMI-klimaatwetenschappers Caroline Katsman en Geert Jan van Oldenborgh gebruik gemaakt van berekeningen met een state-of-the-art klimaatmodel in het ESSENCE–project. De beschikbare tijdreeksen van de temperatuurmetingen van de oceanen zijn namelijk te kort en de gegevens te onzeker.’

Het bovenstaande is een duidelijk voorbeeld hoe het klimaatonderzoek nu werkt namelijk voornamelijk op basis van simulatiemodellen waarmee de praktijk steeds weer wordt vertaald in nieuwe modelberekeningen. Zo komt de klimaatonderzoeker dan weer met ‘bewijzen’ dat de voorgaande berekeningen wel juist moeten zijn en vervolgens worden deze resultaten gepresenteerd niet als resultaat van een modelberekening maar als in de praktijk gevonden bewijs.

Tot zover de inleiding van Hugo Matthijssen.

Extra promotie-onderzoek om de problemen en valkuilen van klimaatmodelstudies uit te pluizen.
(onderstaande teksten zijn vooral ontleend aan het artikel van Marlies ter Voorde op kennislink.nl d.d. 8-1-2015).

In de eerste fase van zijn onderzoek bekeek Bakker hoe resultaten van klimaatmodellen vertaald konden worden naar relevante informatie voor bedrijven. Wordt de wind in Nederland straks minder gunstig voor energiewinning met windmolens? Gaat de opbrengst van de landbouw in Europa voor- of achteruit? “Nadat ik hier vier peer-reviewed artikelen over had gepubliceerd, stelde ik vast dat ik zelf niet meer in de achterliggende aannames geloofde”, schrijft Bakker in een ongebruikelijk voorwoord bij zijn proefschrift. Hij besloot daarop een extra jaar aan zijn onderzoek toe te voegen, om de problemen en valkuilen van klimaatmodelstudies uit te pluizen. Bakker voerde zijn onderzoek uit bij het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut (KNMI).

Gebrek aan bewijs
“Er valt niks te toetsen”, vat Bakker het grootste probleem van de klimaatmodellen samen. Wetenschappers kunnen de vergelijkingen die de stromingen beschrijven van de atmosfeer en de oceanen aan elkaar koppelen. Ze kunnen bestuderen hoe die stromingen veranderen onder invloed van temperatuurschommelingen en ook de invloed van wolken, sneeuw, en luchtvervuiling meenemen in de berekeningen. Maar onderzoekers kunnen nooit controleren of de resultaten de toekomst goed voorspellen, om de simpele reden dat die toekomst nog voor ons ligt.

Wel is het mogelijk om te kijken of de modellen het klimaat uit het verleden kunnen nabootsen. “Maar we hebben bijna geen verleden”, zegt Bakker. De periode waar metingen van zijn is zo kort, en de metingen zelf zijn zo schaars, dat ook de reconstructie van het paleoklimaat voornamelijk een kwestie van interpreteren is.

Er zijn dus te weinig gegevens uit het verleden beschikbaar om de modellen goed te toetsen en af te stellen.

Uiteindelijk leidt dit, meestal onbewust, tot modellen die vertellen wat de wetenschapper zelf al dacht, stelt Bakker. Als er iets uit het model komt dat tegen de intuïtie van de onderzoeker ingaat, zal deze het model immers vaak bijstellen of verwerpen. “En wat we uiteindelijk te zien krijgen is het eindresultaat. Hoe en waarom het model getuned is, wordt nauwelijks gedocumenteerd.” Hij waarschuwt voor het GIGO–principe: modellen worden vaak onbewust zo geconstrueerd of aangepast dat ze aan verwachtingen voldoen: je krijgt eruit wat je erin stopt, en dus, Garbage In = Garbage Out.’

Als nawoord schreef Hugo Matthijssen:

Wat is de waarde van dit promotieonderzoek voor de toekomst? Ten eerste is het gehele klimaatverhaal en de alarmerende voorspellingen van het IPCC gebaseerd op klimaatmodellen. Dan zijn ze al jaren bezig om de uitkomsten af te stemmen op de werkelijkheid, wat niet echt goed lukt.

De stagnatie van de opwarming de afgelopen jaren is nooit goed zichtbaar in hun samenvattingen naar voren gekomen en men heeft deze stagnatie lange tijd ontkend en daarna alleen in bedekte termen naar buiten gebracht. Als laatste kwam het IPCC weer met een verklaring voor de hiatus op basis van modelberekeningen. Hun laatste boodschap was dat de verdwenen warmte terug te vinden moet zijn in de diepere lagen van de oceanen. En dat die over langere tijd (30 jaar) wel weer naar boven kan komen. Zo hou je een niet bewezen theorie in de lucht .............

Bronnen:
- Bakker, A., The robustness of the climate modelling paradigm, Proefschrift Vrije Universiteit Amsterdam (2015), 200 blz.
- Marlies ter Voorde op kennislink.nl d.d. 8-1-2015: Kritiek op voorspellende waarde van klimaatmodellen
- Hugo Matthijssen, climatagate.nl d.d. 8-2-2016: Wankele basis klimaatbeleid blijkt uit promotieonderzoek



To those of us who have been following the climate debate for decades, the next few years will be electrifying. There is a high probability we will witness the crackup of one of the most influential scientific paradigms of the 20th century, and the implications for policy and global politics could be staggering. 
Ross McKitrick: http://opinion.financialpost.com/2013/09/16/ipcc-models-getting-mushy


In zijn lezing in Lindau in 2013, stelt Dr. Ivar Giaever (Nobelprijswinnaar natuurkunde 1973) dat klimaatwetenschap en pseudo-wetenschap is:

klimaatwetenschap is pseudowetenschap

 


De AGW-hypothese
Thoenes (18-7-2017) schrijft er het volgende over (zijn teksten staan schuin afgedrukt):

Klimaatalarmisten stellen dat door het grootschalig gebruik van fossiele brandstoffen het CO2-gehalte van de atmosfeer toeneemt en dat daardoor de gemiddelde temperatuur van de atmosfeer zal blijven stijgen. Deze argumentering is gebaseerd op het onderzoek van Svante Arrhenius, gepubliceerd in 1896 en 1906. Het gaat om het principe dat een deel van de zonnewarmte die het aardoppervlak absorbeert weer als infraroodstraling wordt uitgezonden. Daarvan wordt een deel door CO2 in de lucht geabsorbeerd (en nog voor een veel groter deel door waterdamp en wolken).

Dit staat bekend als de “AGW-hypothese” (hypothese van “Anthropogenic Global Warming”). Door mensen veroorzaakthe wereldwijde opwarming.

De mensen die hier bezwaar tegen maken worden wel “sceptici” genoemd. Deze vormen geen herkenbare groep. Het is dus onmogelijk om na te gaan wat die vinden of denken. Er bestaat wel een herkenbare (maar kleine) groep critici. Zij hebben wetenschappelijke kritiek op de AGW-hypothese. Deze kritiek komt neer op de volgende punten:

Het eerste punt van kritiek is voldoende om de gehele AGW-hypothese te verwerpen. Men denke hierbij aan een beroemde uitspraak van Albert Einstein. Die luidde ongeveer: Duizend experimenten kunnen onvoldoende zijn om mijn gelijk aan te tonen, maar één experiment kan voldoende zijn om mijn ongelijk aan te tonen! 

Er wordt wel gezegd (door politici) dat een meerderheid van de “klimaatwetenschappers” het eens zijn met de AGW-hypothese. Er zijn echter twee soorten lieden die zich “klimaatwetenschappers” noemen:

  1. De klimaatonderzoekers, die metingen doen in de atmosfeer om de daar optredende processen te onderzoeken. Dit zijn de echte wetenschappers.
  2. De klimaat-modelleerders, die wereldomvattende klimaatmodellen proberen te maken, daar de aanname in stoppen dat door meer CO2de temperatuur toeneemt en daarmee voorspellen dat in de toekomst de temperatuur zal toenemen.

Ik ken de getallen niet, maar ik schat dat de tweede groep in aantallen minstens 50 keer zo groot is als de eerste. Zij twijfelen niet aan de AGW-hypothese, omdat ze bij hun werk daarvan moeten uitgaan.

Van de eerste groep, de echte klimaatonderzoekers, staat de meerderheid, voor zover ik kan nagaan, afwijzend tegenover de AGW-hypothese. Zij worden gesteund door een vrij groot aantal meer fundamentele wetenschappers, met name fysici, geologen en astronomen. Deze wetenschappers worden soms “sceptici” genoemd, maar ik zou ze liever de “klimaatcritici” willen noemen. Enkele bekende namen van klimaatwetenschappers zijn: Richard Lindzen, Roy Spencer, John Christy, Judith Curry, Lennart Bengtsson, Vincent Gray, Robert Carter (†), Fred Singer. Zij staan allen afwijzend tegenover de AGW-hypothese.

Van een “klimaatdiscussie” tussen beide groepen is helaas geen sprake, omdat de alarmisten niet willen praten met kritische wetenschappers. Op klimaatcongressen georganiseerd door alarmisten worden sceptici niet uitgenodigd; op congressen georganiseerd door sceptici worden alarmisten wel uitgenodigd maar die komen niet. De achtergrond hiervan is dat veel alarmisten zich beschouwen als “Redders van de Planeet”. Daardoor zien zij sceptici en critici als misdadigers, die het slecht met de mensheid voor hebben. Het is in de politiek vrij gebruikelijk om andersdenkenden te minachten en te verketteren (wij kenden dit gebruik vroeger in Nederland tussen verschillende Christelijke richtingen). Vooral in Amerika komt die “vuilspuiterij” in klimaatkringen veel voor. Voor wetenschappelijke vooruitgang is het echter noodzakelijk dat alle gedachten vrij worden uitgewisseld.

In politieke kringen wordt in het algemeen niet getwijfeld aan de juistheid van de AGW-hypothese. En politici hebben veel volgelingen. Er is bovendien nog een grote groep wetenschappers, die zich niet in de klimaatwetenschap verdiept hebben, maar wel de AGW-hypothese aanhangen en verkondigen. Ik denk dat deze personen vooral politiek gemotiveerd zijn. 

Globaal kan men zeggen dat het “klimaatprobleem” vooral gebaseerd is op het meningsverschil tussen enerzijds de politici, die in de AGW-hypothese geloven (plus hun enorme aanhang) en anderzijds de echte wetenschappers die voldoende argumenten hebben om die hypothese te weerleggen. 


Citaten:

- Rest assured, the climate catastrophe is coming and things are more urgent than ever. Don’t let any skeptic tell you otherwise, as they only want to spread some damn optimism about the future (Pierre Gosselin, Notrickszone.com ).

- We cannot absolutely prove that those are in error who tell us that society has reached a turning point, that we have seen our best days. But so said all before us, and with just as much apparent reason (Thomas B. Macaulay; gevonden op Climatgate.nl).

- It’s easier to fool people than to convince them that they have been fooled.

- You can fool all the people some of the time, and some of the people all the time, but you cannot fool all the people all the time (Abraham Lincoln).


Literatuur:

How do climate models work ?

The Science of Doom Evaluating and Explaining Climate Science
U bent hier: inhoudsopgave - de aarde - klimaatverandering - klimaatmodellen
Google
 
Web www.hugovandermolen.nl

Deze website is een activiteit van Van der Molen Financial Services, Copyright 2007 e.v.

Mail ons uw commentaar, aanvullingenen en correcties !