Milieuzaken:
feiten, getallen en opinies.

Temperatuurmetingen
&
manipulaties daarvan
(zie hier op Wikipedia voor de geschiedenis van thermometers)

U bent hier: inhoudsopgave - klimaatverandering -temperatuurmetingen
Afkorting of begrip onbekend ? Raadpleeg ons milieuwoordenboek !

Google
 
Web www.hugovandermolen.nl

  Einstein aan het rekenen
Albert Einstein:
 
 

"Not everything that can be counted counts,
and
not everything that counts can be counted".

 

Temperatuur-meet-apparatuur (zie ook Wikipedia)
De eerste temperatuurmetingen werden uitgevoerd met een thermoscoop. Deze bestaat uit een kom met vloeistof en een glazen bol die uitmondt in een lange glazen buis die in de vloeistof wordt gestoken. De eerste thermoscoop is uitgevonden in 1630 door Santorio Santorio, die het gebruikte om de temperatuur van een mens te meten.

Rond 1630 werd de vloeistofthermometer uitgevonden door de Franse arts Jean Rey. Daarmee worden veranderingen van de temperatuur aangegeven door middel van de thermische uitzetting van een vloeistof. 
Daniel Gabriel Fahrenheitvervolmaakte dit type thermometer in 1709 met een vloeistofthermometer op basis van alcohol. In 1724 gebruikte hij voor het eerst kwik. Dat is het thermometersysteem die we in de 19e en 20e eeuw alom gebruikten voor huis-tuin-en-keukendoeleinden en ook om lichaamstemperatuur te meten. Omdat kwik toxisch is worden deze thermometers tegenwoordig steeds minder gebruikt voor huis- tin- en keukengebruik.

In 1850 was er op het hele zuidlijk halfrond echter nog maar 1 weer-meetstation op land en wel in Indonesië. Ook waren er enkel metingen beschikbaar op enkele locaties op schepen op zee. Die schaarse data zijn in de temperatuurreeks van HadCRUT (zie vererop) gebruikt als de temperatuur op het hele zuidelijk halfrond in 1950 ! Een goed gedocumenteerde en veel besproken hittegolf in Australië bleef daarom buiten de boeken. "Cooling te past" is het devies !

Er worden diverse temperatuurschalen gebruikt, zoals die van Fahrenheit, Kelvin en Celsius. Zie hier voor omzettingstabellen van de een in de ander.

HET GEMIDDELDE WERELD-KLIMAAT IS NIET GOED TE METEN
(Zie ook onze pagina met klimaatdefinities)

Thoenes (18-7-2017): "Tegenwoordig bedoelt men met “het klimaat” meestal een gemiddeld wereldklimaat. Dat is echter bijzonder moeilijk te bepalen vanwege de enorme locale verschillen.

DE GEMIDDELDE WERELD-TEMPERATUUR IS NIET GOED TE METEN
Thoenes (18-7-2017):
"Tegenwoordig bedoelt men met “het klimaat” meestal een gemiddeld wereldklimaat. Dat is echter bijzonder moeilijk te bepalen vanwege de enorme locale verschillen.
(red: HHvdM, in de zomer is het verschil in gemiddelde temperatuur tussen de Zuidpool en Riad (Saoedie Arabië) wel 100 graden Celsius). Gewoonlijk gebruikt men de gemiddelde waarden van de metingen van alle bekende weerstations. Hierin zit een aanzienlijke onnauwkeurigheid, omdat deze stations erg ongelijk over het aardoppervlak zijn verdeeld. Er bestaan grote gebieden zonder enig weerstation en hiervoor worden temperaturen geschat door interpolatie van metingen in omliggende gebieden. Verder bestaat 70% van het aardoppervlak uit water, waar meten veel moeilijker is. Juist omdat plaatselijke verschillen zo groot zijn en bovendien variëren, is het mogelijk dat door deze wijze van middelen belangrijke locale temperatuur-veranderingen onopgemerkt blijven, waardoor het bepaalde gemiddelde onnauwkeuriger wordt. Ik denk dat het daardoor niet mogelijk is een gemiddelde wereldtemperatuur te meten op minder dan 0,5 graad nauwkeurig. Dit betekent dat variaties in de gemiddelde temperatuur van enkele tienden van een graad wellicht niet significant zijn. Overigens doen zulke variaties zich steeds voor van jaar tot jaar. Deze variaties kunnen het gevolg zijn van een kleine inherente instabiliteit".

"Er is echter een nog fundamenteler probleem, aldus Thoenes: uit theoretische overwegingen volgt dat een gemiddelde temperatuur eigenlijk geen betekenis heeft. Men kan wel hoeveelheden energie optellen en dus ook middelen, maar hoeveelheden temperatuur bestaan niet. Je kunt ze dus ook niet optellen of middelen (temperatuur is geen “extensieve” grootheid). De gemiddelde temperaturen die wij bepalen kunnen op- en neergaan door veranderingen van lucht- en zeestromingen. Ook kunnen temperatuurveranderingen het gevolg zijn van faseovergangen. Als er ergens veel ijs smelt (door veranderende zeestromingen), of veel water verdampt, zal daardoor de gemiddelde temperatuur van de aarde dalen. Temperatuurveranderingen kunnen derhalve spontaan optreden. Dit duidt op een inherente (kleine) instabiliteit. Uit een gemeten temperatuurstijging volgt dus niet dat er warmte moet zijn toegevoerd of ontwikkeld". 

Nobelprijswinnaar voor natuurkunde 1973, Dr. Ivar Giaever zegt het nog veel sterker: hij vraagt zich af: "how can you measure the average temperature of the whole earth for a whole year?" Volgens hem kan dat helemaal niet en zijn alle gebruikte grafieken derhalve volstrekt zinloos. Hij stelt dat als hij in zijn collegezaal 10 thermometers uitdeelt om de gemiddelde temperatuur te meten, hij al 10 verschillende meting-waarden terugkrijgt. Dus zelfs in een collegezaal is het erg lastig, zo niet onmogelijk, om vast te stellen wat "de gemiddelde temperatuur" is. Ja, wel op een specifiek punt natuurlijk, mits je de omgeving ervan niet steeds beïnvloedt, door er onder bv. periodiek een pan met soep te plaatsen om aan de studenten uit te delen. Of dat specifieke punt om de zoveel jaar te verplaatsen, etc etc.

Hij stelt dat je het door klimaatwetenschappers veronderstelde temperatuurverschil met 150 jaar geleden, 0,8 graden Celcius (op de temperatuurschaal van Kelvin slechts een verschil van 0,3 %) beslist niet betrouwbaar kunt meten.

Hij vindt, als het al waar zou zijn, dat kleine verschil eigenlijk alleen maar een teken dat de temperatuur op aarde onwaarschijnlijk stabiel is gebleven in die 150 jaar.

Beluister en bekijk de toespraak van Ivar Giaever op de 62e bijeenkomst van Nobel Laureaten in Lindau, 2013. --------------->>

Zijn conclusie: klimaatwetenschap is een pseudowetenschap.

 

In zijn lezing wijst Giaever er op dat op Antarctica (met daarop de Zuidpool), een gebied groter dan Europa, slechts 8 meetstations over zijn gebleven, terwijl de USA er "zwart' van ziet (zie afbeelding hier onder). Het hele begrip "gemiddelde temperatuur op aarde" wordt hiermee een nog grotere farce. En als je dan ook nog eens bedenkt dat de temperaturen op de Zuidpool momenteel lager zijn dan daarvoor.......


WEERSTATIONS: kansloze pogingen om tot betrouwbare wereld-temperatuurmetingen te komen.


bron: Elsevier, 13-2-2010, p. 70
klik op de foto voor vergroting

 

Weerstations wereldwijd: steeds minder in landelijke gebieden (Bron: Elsevier, 13-2-2010)

Als je in Europa opeens de weerstationmetingen uit Scandinavië weg zou laten uit de berekeningen, dan zou je zien dat de gemiddelde temperatuur in Europa stijgt. Maar dat alleen in het rapport van de "klimaatwetenschapper", natuurlijk. De aarde draait gewoon door met zijn actuele temperatuur.

Zoals de figuur links laat zien waren er in 1976 nog 6.000 weerstations waarvan klimaatwetenschappers gebruik kunnen maken. 21 jaar later waren daar nog maar 1.500 van over. In januari 2010 meldden twee Amerikaanse onderzoekers Joe D'Aleo en E. Michael Smith dat er iets grondig mis is met de gehanteerde meetreeksen van het National Climatic Data Center (NOAA-NCDC) en de NASA (NASA GISS). Dit zijn 2 grondmeetreeksen naast die van de Britse universiteit van East Anglia (HadCRUT) waarop het IPCC zich baseert. De meetreeksen hebben stations in koudere en niet-stedelijke gebieden laten vallen waardoor een virtuele opwarming van onbekende grootte ontstaat.

Ter verdere illustratie:
In december 2009 waarschuwde het Russische Instituut voor Economische Analyse dat slechts een kwart van alle Russische data door de Engelse HadCRUT-meetreeks wordt meegenomen. Het instituut meende dat aldus een virtuele opwarming van 0,64 graden in Rusland ontstond.

In 2018 verscheen een Australisch proefschrift n.a.av een soort "boekenonderzoek" van de temperatuurreeksen (zgn. grondmeetreeksen) die worden bijgehouden door de Britse universiteit van East Anglia (HadCRUT) waarop het IPCC zich baseert. De auteur stelt dat de kwalitiet van deze temperatuurreeksen bedroevend is en dat goede controle op deze data zwaar onvoldoende is, zoals blijkt uit 70 systematische fouten, die in de temperatuurreeksen voorkomen. Een opvallende fout is klaarblijkelijk vele temperatuur-opgaven van deelnemende landen werden verschaft in graden Fahrenheit, maar werden ingevoerd als graden Celsius. Zie hier voor de omzettingstabel die dan had moeten worden gebruikt. Dit type fout leidde tot nul graden op eilanden in de tropen en bijna kokende steden, waar het langdurig 80 graden Celsius zou zijn geweest.

Maar de aller ergste fout is het achteraf corrigeren van de originele temperatuurgegevens als blijkt dat bij een meetstation eigenlijkallengs te hoge temperaturen worden gemeten door toegenomen bebouwing er om heen in de tijd. Met dat zgn. "homogeniseren" wordt vaak een standaard gelijke hoeveelheid graden afgetrokken van alle historische metingen (soms wel 50 of 100 jaar en soms 2 x achtereen over een bepaalde periode) i.p.v. volgens een glijdende schaal, die toeneemt met de hoeveelheid bebouwing die is ontstaan. Dat betekent dat achteraf de historische temperaturen steeds meer zakken.
(bronvermelding en details volgen nog).

Zie als voorbeeld hoe dat in 2016 in De Bilt is gegaan met de temperatuurgegevens tussen 1906 en 1951 ! Van 23 hittegolven in die periode zijn er nu nog maar 6 over: hocus pocus pilatus pats, ik wou dat het vroeger kouder was (dan tegenwoordig).
Zoals hier verder onderaan is aangegeven in een tabel bleven er van de vreselijk warme zomer van 1947 na "homogenisatie" maar 1 van de 4 hittegolven over !

Zie ook bv. de uitleg verder onderaan van de grafieken van de USHCN voor en na "homogenisatie"
----------------------------------------------------- klik op de grafiekvoor vergroting
--->

De aanpassingen betreffen dikwijls wel een hele graad Celcius, ongeveer de orde van grote van de verfoeide opwarming van de aarde sinds de industriële revolutie !

In De Bilt betrof de temperatuurverlaging voor 2006 -2051 in 2016 gemiddeld ca. 0,9 graad Celsius. Van alle warme dagen boven de 27 graden werd systematisch zelfs 1.9 graden afgetrokken !

Dat is een orde van gootte waar het bij IPCC-alarmisten en het klimaatakkoord van Parijs over gaat: men wil maximaal een aarde-temperatuurstijging van 1,5 à 2 graden Celsius.

  wereldtemperatuur sinds 1890

TEMPERATUURMETINGEN AAN DE GROND MET THERMOMETERS
"Aan de grond" , wil nomaliter zeggen op ca. 1,50 à 2,20 m hoogte en gemeten in een zgn. "pagode" of ander wit geschlderd kastje, zoals de Stevenson hut. Zie hier een foto en inhoudelijk overzicht van het KNMI en hier wat Wikipedia schrijft over weerhutten.

Er is heel wat te doen over de kwaliteit, of liever het gebrek daaraan, bij temperatuurmetingen te land. Lees meer op de website surfacestations.org en "val van uw stoel" of van uw geloof, als u dat had, "dat de overheid en haar instituties die metingen wel goed geregeld zou hebben". Als je dit zo ziet zou je denken dat er van het hele verhaal van de opwarming van de aarde niets klopt. Toch moeten we ons ook realiseren dat weerstations oorspronkelijk vooral zijn ontworpen en neergezet om "het weer" te meten ten dienste van landbouw, visserij, dijkbewaking etc., en ook bij voorbeeld om een goede dag uit te kiezen voor de landing in Normandië in 1944, dus vooral voor korte termijn-voorspellingen van het weer. Niet om met elkaar over de hele wereld opeens het klimaat te gaan meten. Voor zo'n doel moet je een geschikt systeem ontwerpen, bouwen en uitvoeren. Satelliet-metingen zijn een stap in die richting, sinds 1979.

Als vaste meetstations in de loop der jaren steeds meer in bebouwd gebied komen te liggen, zullen ze hogere temperatuurmetingen geven.


In steden is het warmer dan op het platte land er om heen:
Dit wordt als een algemeen probleem gezien voor temperatuurtijdreeksen van vaste meetstations. Sommige klimaatsceptici denken dat de hierdoor ontstane meetfouten wellicht de gevonden "opwarming van de aarde" deels of geheel kan verklaren: gewoon domme meetfouten, dus. Sommige klimaatwetenschappers stellen dat dit slechts een miniem probleem is, die de gevonden opwarming van de aarde niet kan verklaren.

Ingenieurs- en adviesbureau DHV stelt dat het in het centrum van Nederlandse steden gemiddeld 7 à 8 graden warmer is dan erbuiten. Althans dat schrijft Volkskrantjournaliste Anna van den Breemer d.d. 10-7-2010. In de kop van het artikel staat echter dat dat "soms" zo is.
Wellicht is het effect wat minder heftig:
In het FD van 2-8-2018 stelt Roebyem Anders dat op warme dagen de temperatuur in onze steden 2 graden hoger komt dan op het platte land en dat dit verschil bij extreme hitte oploopt tot ruim 5 graden.


TEMPERATUURMETINGEN OP HET WATER
De aarde heeft een wateroppervlakte van 361.419.000 km2 (70,9 %), waarvan het zeeoppervlakte 65,7% en het zoet wateroppervlakte 5,1% bedraagt.
Honderd jaar geleden werd de temperatuur gemeten door schepen die met een houten of canvas emmer water omhoog haalden, tegenwoordig meten robotboeien de temperatuur. Tussen die 2 methoden door werd zeewater-temperatuur gemeten door de watertemperatuur in de water-inlaat van de motoren te meten. Die verschillende meetmethoden zijn moeilijk vergelijkbaar, en de temperatuurgegevens op water zijn notoir onbetrouwbaar, stelt Elsevier, 13-2-2010, p. 72. Ze werden ook opzettelijk gemanipuleerd om toch maar te bewijzen dat de aarde de laatste 15 of 17 jaar toch opwarmt, ondanks dat dat niet blijkt uit land en satelliet-metingen: de zee-temperatuur zou wel zijn gestegen.


SATELLIET-METINGEN
sinds 1979 ......................


HISTORISCHE TEMPERATUURMETINGEN: het gebruik van indirecte maten (Engels: proxy measures, afgekort: proxies)

Van het zuidelijk halfrond zijn nauwelijks meteorologische gegevens beschikbaar van voor de tijd dat de Europeanen op ontdekkingsreis gingen. Voor het noordelijk halfrond ligt dat anders: we beschikken over eeuwenlange waarnemingen.

De thermometer bestaat pas zo’n 150 jaar. Eerdere waarnemingen wat betreft de temperatuur zijn dus niet absoluut, maar met behulp van een soort indirecte maten (bijv. aan de hand van de dikte van jaarringen in bomen) zijn de oude waarnemingen tot betrekkelijk accurate temperaturen te herleiden, die dus goed vergelijkbaar zijn met recente metingen. Er bestaan tussen de uitkomsten van de diverse ‘controles’ wel verschillen, en bovendien is de temperatuur natuurlijk niet overal tegelijk even sterk gestegen of gedaald. Daarom hebben twee Engelse onderzoekers, T. J. Osborn & K. R. Briffa (2006), materiaal verzameld van 14 locaties op het noordelijk halfrond, uit een periode die loopt van 800 tot 1995. Op basis van die gegevens hebben ze - naar hun idee - een statistisch betrouwbaar beeld gekregen van de grotere temperatuurschommelingen.

Volgens sommige onderzoekers, zoals de klimatoloog Michael Mann, is de nu gevolgde onderzoeksmethode veel betrouwbaarder dan eerdere studies, omdat hij gebruik maakte van diverse benaderingsmethoden, waardoor de fouten die bij een enkele methode kunnen insluipen als het ware worden uitgemiddeld. De fysicus Willie Soon (Harvard Universiteit) is het daarmee echter volstrekt oneens: volgens hem zijn alle methoden zo onbetrouwbaar dat ook aan hun gemiddelde uitkomst niet veel waarde mag worden gehecht. De discussie zal nog wel even voortduren.

proxy measures for global warming

Zogenaamde indirecte maten (Eng.: proxy measures of proxies) voor opwarming der aarde, zoals bv, waslijnen en boomringmetingen (zie onze aparte web-pagina), zijn niet noodzakelijk juist (valide).

Statue of Liberty and global warming

Bronnen:
Prof. Dr. A.J. van Loon in een artikel op kennislink.nl
Hij refereert naar Osborn, T.J. & Briffa, K.R., 2006. The spatial extent of 20th-century warmth in the context of the past 1200 years. Science 311, p. 841-844.



VAN TEMPERATUURMETINGEN TOT TEMPERATUUR-MEETREEKSEN
Een aantal instituten verzamelt wereldwijde temperatuurmetingen en voert daar berkeningen op uit om te komen tot een jaarlijkse gemiddelde wereldtemperatuur. Meestal gedefinieerd als de temperatuur van de atmosfeer, iets boven de grond. Vandaar de term "grondmeetreeksen". Deze gegevens worden aangevuld met de temperaturen boven de zeeën, zoals verzameld door schepen, boeien en satellieten.


Japan:
- Japan Meteorological Agency (JMA)

Verenigd Koninkrijk (UK)
- Met Office

- de Britse universiteit van East Anglia (HadCRUT) waarop het IPCC zich baseert.

Verenigde Staten:
- NASA, (NASA GISS)
- US National Oceanic and Atmospheric Administration (NOAA) en National Climatic Data Center (NCDC) , samen NOAA-NCDC

 

Literatuur:
Picock, Roz, Explainer: How do scientists measure global temperature?, Carbon Brief, January 16th 2015 (Link verbroken ? kijk dan hier)


MANIPULATIE VAN TEMPERATUUR-MEETREEKSEN


Get your facts first, then


"There are three kinds of lies: lies, damned lies, and statistics."

adjustocene cartoon by Josh  

Temperatuurmetingen op het water werden ook opzettelijk gemanipuleerd om toch maar te bewijzen dat de aarde de laatste 15 of 17 jaar toch opwarmt, ondanks dat dat niet blijkt uit land en satelliet-metingen: de zee-temperatuur zou wel zijn gestegen, stelt stelt Elsevier, 13-2-2010, p. 72.

In zijn bijdrage op climatagate.nl maakt André Bijkerk op 2-2-2016 gehakt van deze manipulaties, net als 300 deskundigen die hier tegen in de USA bezwaar hebben aangetekend op grond van een datakwaliteitswet.

Bijkerk: "We houden onze adem in, is er nog een weg terug naar normaal dataverwerking of zijn we vanuit het Anthropoceen definitief beland in het “Adjustoceen”? (Met dank aan Josh – zie illustratie links)

 

 

Na de metingen (hoe onbetrouwbaar ook) worden de data om allerlei redenen aangepast. Daarvoor heeft men allerlei namen: zoals corrigeren, aanpassen, homogeniseren, .........

Voorbeeld is nevenstaande grafiek van de USHCN: the United States Historical Climatology Newtwork.
Dat is het netwerk dat door CRU, GISS en NOAA gebruikt wordt voor mondiale temperatuurmetingen. De ruwe data tonen amper een temperatuurstijging, maar de gerapporteerde data wel.

Ik vond deze grafiek op een tweet van Climate Realist van 21-6-2017, zonder bronvermelding.

 

 

wereldtemperatuur sinds 1890
klik voor vergroting


Junc Science on climate change  

Giaever heeft het in zijn lezingen ook over "Junk Science"

De website "realclimatescience.com" geeft hier een fraai voorbeeld van:

Bekijk de video en verbaas U over hoe manipulatief de beroemde amerikaanse klimaat-instituten omgaan met temperatuurgrafieken !

Prof. H. Schellekens scrijft in het FD van 29-9-2007 dat de Nasa heeft moeten toegeven dat hun model om de stijging te voorspellen van de gemiddelde temperatuur door de productie van broeikasgassen in de VS een pijnlijke rekenfout bevatte. Na correctie bleken de warmste jaren in de VS niet na 1990, maar tussen 1930 en 1940 te zijn voorgevallen, ruim voor de grote uitstoot van broeikasgassen door de amerikaanse industrie. 
En volgens deze web pagina wordt het op sommige plaatsen in Amerika eerder kouder dan warmer, de afgelopen 100 jaar; Zie http://mitosyfraudes.8k.com/chart/USA/henderson-nc.html (link is gebroken).

Onderstaande grafiek van warme dagen in de USA van 1895-2017 laat dat heel duidelijk zien.
Het betreft het gemiddelde aantal dagen met temperaturen boven de 90 graden Fahrenheit (> 32,2 graden Celsius) in de 48 aaneengesloten staten van de USA, dus zonder Alaska en Hawai, gepresenteerd door John Christy.

hete dagen USA- 1895-2017
klik op de grafiek voor een vergroting

Het blijkt ook uit onderstaande grafiek van hiitegolven in de USA

This figure shows the annual values of the U.S. Heat Wave Index from 1895 to 2015. These data cover the contiguous 48 states. Interpretation: An index value of 0.2 (for example) could mean that 20 percent of the country experienced one heat wave, 10 percent of the country experienced two heat waves, or some other combination of frequency and area resulted in this value.

Klik op de grafiek voor een vergroting

hittegolven in de USA sinds 1895
Bron: EPA-Environmental Protecton Agency, USA
Data source: Kunkel, 20166
Web update: August 2016

De zomers met de meeste hittegolven waren nadrukkelijk in de jaren 1930 e.v.

De EPA schrijft er het volgende over:
"Heat waves in the 1930s remain the most severe heat waves in the U.S. historical record (see Figure 1). The spike in Figure 1 reflects extreme, persistent heat waves in the Great Plains region during a period known as the “Dust Bowl.” Poor land use practices and many years of intense drought contributed to these heat waves by depleting soil moisture and reducing the moderating effects of evaporation."


Het IPCCC concludeerde in juni 2007 voor Nederland op basis van een recent verschenen VN-klimaatrapport, dat er meer hittegolven zullen voorkomen vanwege toenemnde oostenwind.

En, mocht dat niet zo zijn, dan zorgt het KNMI er wel voor dat het toch zo lijkt.................


Komen hittegolven tegenwoordig veel vaker voor?

Zoals hierboven al aangegeven: in de USA komen de meeste hittegolven niet tegenwoordig voor maar was dat wel het gevall in de jaren 1930 ev.

Tot 2016 kon men op de site van het KNMI de volgende tabel en grafiek vinden over hittegolven in ons land sinds 1901.

hittegolven in Nederland

De tabel is ook in een grafiek weergegeven:

hittegolven in NL sinds 1901

(NB: om van 1901 - 1951 tot 23 hittegolven te komen neem ik aan dat dikke staafjes 2 periodes weergeven; redactie, HHvdM))

Terwijl Nederland (in de zomer van 2018) geniet maar ook last heeft van een warme, zonnige en zeer droge zomer doemt de onvermijdelijke vraag op hoe uitzonderlijk de huidige warme periode is in historisch perspectief en in hoeverre dit met klimaatverandering te maken heeft.
Het KNMI stelde in het NOS-journaal van donderdag 26 juli 2018 bij monde van Geert Jan van Oldenborgh dat:

"Een warme zomer zoals we die nu hebben, gaan we in de toekomst nog veel vaker zien. Hittegolven komen nu frequenter voor: van een keer in de twintig jaar een eeuw geleden, tot elke twee tot drie jaar nu".

Maar..........

Dat hittegolven nu vaker voorkomen is pas sinds 2016 ‘waar’. Toen presenteerde het KNMI namelijk een nieuwe gehomogeniseerde reeks voor De Bilt. Die homogenisatie hield in dat metingen vóór 1951 gecorrigeerd werden. Dat bleek met name gevolgen te hebben voor de hoogste temperaturen in De Bilt: waardes boven de 27 graden Celsius zijn met maar liefst 1,9 graden naar beneden bijgesteld. Dit heeft ingrijpende consequenties voor met name het aantal hittegolven in de periode 1906-1951. Dat waren er 23 maar door de correcties bleven daar nog maar 6 van over.

Hoewel niemand bestrijdt dat correcties door stationverplaatsingen en veranderde meetmethoden nodig kunnen zijn, roept deze ingrijpende aanpassing van de metingen in De Bilt wel grote vragen op. De metingen moesten destijds met 0,1 graden Celsius nauwkeurigheid afgelezen worden. Kan het werkelijk zo zijn dat met terugwerkende kracht alle historische waardes boven de 27 graden er bijna twee graden naast zaten?

Zo zijn in 1947 b.v. 3 van de 4 hittegolven verdwenen, zoals aangegeven in onderstaande tabel:

hittegolven in Nederland in 1947

Bronnen van bovenstaande grafieken en teksten: Rob de Vos en Marcel Crok op www.destaatvanhet-klimaat.nl van 6-8-2018 alsmede klimaatgek.nl van 2-8-2018 en 7-8-2018.

De Vos en Crok zamelen nu geld in via crowdfunding om uit te gaan zoeken hoe dit zit. Zie hier.

Discussie:
Als de metingen in de Bilt er voor de heetste dagen zomaar ca. 50 jaar lang 1,9 graden C naast hebben gezeten, dan geeft dat aan dat de foutenmarge in temperatuur-reeksen wel 1,9 graden kan zijn. 1,9 graden is dus meet-ruis als het om Biltse hete dagen gaat. Dat men op de klimaat-conferentie in Parijs probeerde de "temperatuurstijging van de aarde" te beperken tot 2 graden Celsius is dus werken binnen de marge van "metingen-ruis", althans bij "hittegolven" in De Bilt. Elders lees ik dat div. personen menen dat de metingen-ruis m.b.t. de gemiddelde aarde-atmosfeer-temperatuur zeker ca. 0,5 tot 1 graad Celsius zou zijn. Maar meerdere knappe koppen, waaronder Nobel-prijs winnaar fysica, Giaever, zijn van mening dat het volstrekt onmogelijk is om op een zinvolle manier een gemiddelde aarde-atmosfeer-temperatuur te meten en dat dus alle gehanteerde grafieken op dit gebied zinloos zijn. Zoals Einstein zei: " Not everything that can be counted counts and not everything that counts, can be counted."


Overigens valt in bovenstaande grafiek op dat er na 1950 ca. 25 jaar lang, tot ca. 1975, geen hittegolven zijn geweest in ons land.

Dat was de tijd dat velen angst hadden voor "global cooling"


1975: klimatologen worden ongeduldig: "Immediate action is needed !"

Uit Newsweek, 28 april 1975:

 

In 1975 - spoorden klimaatwetenschappers de politici aan om zelf de poolkappen te laten smelten door er roet op te gooien, omdat anders de aarde te veel af zou gaan koelen, met groot gevaar voor de voedselvoorziening !

  The Cooling World anno 1975

Niets nieuws onder die hete zon, dus.


gochelaarhocus pocus

 

 

 

Helaas is gebleken dat vele klimaatwetenschappers, maar dan vooral degenen die zich bezig houden met temperatuur-meetreeksen en klimaat-modellen, een hoog Hocus Pocus gehalte tonen.

Het konijn uit de hoge hoed is tegenwoordig een dreigende "Global Warming" met vreselijke gevolgen voor de hele wereld: mensen, flora en fauna

(in de 70-er jaren was het net andersom: en werd een snel naderende ijstijd voorspeld).

Toch zitten er heel wat geleerde mensen onder, waaronder heel wat hoogleraren.

  Runen
Runen:
(bron: Paramerlina, 30-10-2017)

Maar, zoals Happer schrijft:
At the witch trials in Salem the judges were educated at Harvard. This was supposedly 100 per cent science. The one or two people who said there were no witches were immediately hung. Not much has changed. (source: ” Princeton Professor Emeritus of Physics William Happer)

De hogepriesters in de oudheid waren ook "geleerden". Misschien wijkt hun ritueel van het lezen der Runen niet eens zo heel erg af van het tegenwoordige ritueel rond temperatuur- en klimaatdata. Ze hadden veel data in een zak, rommelden daar wat mee en voorspelden vervolgens de toekomst. Degenen die de runen konden "lezen" stonden in hoog aanzien. Je kon ze maar beter niet tegenspreken, vemoed ik.


Literatuur:
Smeets, G.J., Via meten tot weten: hoe de klimaatwetenschap de geest uit de fles heeft bevrijd, 11 -5-2014 op klimaatverandering.wordpress.com

Picock, Roz, Explainer: How do scientists measure global temperature?, Carbon Brief, January 16th 2015 (Link verbroken ? kijk dan hier)



U bent hier: inhoudsopgave - klimaatverandering - temperatuurmetingen
Google
 
Web www.hugovandermolen.nl

Deze website is een activiteit van Van der Molen Financial Services, Copyright 2007 e.v.

Mail ons uw commentaar, aanvullingenen en correcties !