Milieuzaken:

feiten, getallen en opinies.



Oliepalmen / Palmolie
U bent hier: inhoudsopgave - schone energie - oliepalmen
Afkorting of begrip onbekend ? Raadpleeg ons milieuwoordenboek !
Google
 
Web www.hugovandermolen.nl

Naast rijst is palmolie één van de belangrijkste voedselbronnen. De “Crude Palm Oil” (CPO) wordt, zonder verdere bewerking, o.a. in de Afrikaanse en Aziatische keuken gebruikt. Daarnaast kan het verwerkt worden tot margarine, chocolade, instant deegwaren en bakvet. Palmolie kan ook verwerkt worden tot zeep. De plantaardige vetzuren in palmolie hebben de bijzondere eigenschap dat ze olie en water tot een homogeen mengsel kunnen vormen.(bron). Palmolie is dus historisch vooral bekend als basisstof voor voedingswaren, later ook voor zeep en waspoeder. Volgens Johan Verburf (van Oxfam Novib) zit er palmolie in 60% van de producten in de supermarkt (FD, 8-9-2009).
De markt voor palmolie is anno 2011 ca. $ 150 miljard (= 150.000 miljoen). Dat is ongeveer gelijk aan een kwart van het Nederlandse bruto nationaal produkt (ruim 600 miljard). Het is veruit de belangrijkste tropische olie en goed voor 30% van de wereldproduktie van eetbare oliën (FD, 6-7-2011).

Maar palmolie is (wellicht helaas) ook zeer geschikt als biobrandstof, zowel voor personenauto's (biodiesel) als electriciteitscentrales.

Er zijn diverse bio-brandstoffen, de zgn. 1e generatie, die voort komt uit eetbare gewassen, zoals mais, suikerbieten, soja, palmolie etc., en een 2e generatie, voortkomend uit biologische afvalproducten uit de bosbouw, industrie en huishoudens.

Van de 1e generatie biobrandstoffen is palmolie relatief populair omdat het per landoppervlakte verreweg de meeste olie produceert: 635 USA gallon / acre, tegenover koolzaad 127, zonnebloemen 102, saffloer 83 en sojabonen slechts 48 USA gallon / acre.

De voornaamste palmolieproducerende landen zijn Maleisië en Indonesië (bron: Livestro, in het FD, 29-8-2009). Maar ook in Afrika wordt palmolie geproduceert, zoals b.v. in Madagascar. In Sierra Leone betreft het vaak Dura-palmen met een laag oliegehalte. Professionele ondernemingen planten Tenera-palmen met een relatief hoog oliegehalte. Deze oliepalm produceert na vier jaar palmvruchten. De palmvruchten van de oliepalm groeien in trossen, “fresh fruit bunches” (FFB’s) genoemd. Elk palmvruchtje heeft een schil met daarin pulp en een noot. Uit de palmvruchten wordt olie geperst. Dit persen kan op de traditionele manier of met behulp van machines. Op de traditionele manier kan per week één ton palmvruchten verwerkt worden tot olie. Hierbij ontstaat een verlies van wel 40 á 50 procent. Machines kunnen, afhankelijk van de capaciteit, ieder uur ongeveer twee ton palmvruchten tot olie verwerken met slechts een verlies van tien procent. De opbrengst van de palmbomen varieert. Dit kan geoptimaliseerd worden met behulp van: irrigatie, kunstmest, en verzorging. De opbrengst begint met ongeveer acht ton per hectare (tph) vanaf het eerste jaar dat de oliepalmen palmvruchten produceren. Daarna stijgt dat tot ongeveer 32 tph in de volgende vijf jaar en dit kan vijftien tot twintig jaar duren, om daarna te verminderen. Het herplanten is gewoonlijk na 30 a 35 jaar (bron).

Er is veel kritiek op het bijmengen in benzine van de 1e generatie bio-ethanol, en van plantaardige olie in biodiesel, omdat het kan leiden tot hogere prijzen voor voedsel voor mens en dier en ook kan leiden tot extra oerwoudkap of boskap om extra landbouwgrond te creëren, zoals bv. op grote schaal gebeurt op Borneo . Zo protesteerde Milieudefensie 29 october 2007 tegen het gebruik van bio-ethanol uit palmolie met de slogan "Geen oerbos in mijn tank" (bron: FD, 30-10-07). In maart 2008 weigert de de provincie Antwerpen om die reden een bouwvergunning voor het bedrijf BioX Energy Belgium om in de haven van Antwwerpen stroom op te gaan wekken uit Maleisië en Indonesië. De provincie wil niet medeverantwoordelijke zijn voor grootschalige kap van bossen, verdringing van landbouwgrond en daardoor minder voedsel voor locale bewoners in die landen, alsdus een bericht in het FD van 25-3-2008.

 

palm oil fresh fruit bunches
stapel verse oliepalm-vruchten, "fresh fruit bunches" (bron)



Die oerwoudkap voor palmolieplantages gebeurt dikwijls d.m.v. verbranding van de nog aanwezige houtopstand, het zogenaamde "droogleggen" van tropische veengebieden, wat direct al CO2-uitstoot geeft.

oliepalmplantage op Sumatra
Palmolieplantge op Sumatra: (bron: http://www.indymedia.nl/img/2005/09/30511.jpg)
In een regenwoud is 10 x zoveel CO2 permanent opgeslagen als in een palmolieplantage (Johan Verburg in het FD van 8-9-2009)



Voorstanders van de aanleg van palmolieplantages (bv. Livestro in het FD van 29-8-2009 met als krantenkop: "Palmolie moet meer ruimte krijgen") verwijzen naar onderzoek waaruit zou blijken dat palmolieplantages meer CO2 absorberen dan tropische regenwouden.
Livestro stelt dat palmolieplantages in feite ook bossen zijn. Maar het zijn in feite natuurlijk plantages, monoculturen met weinig biodiversiteit. En juist die biodiversiteit van oerwouden is zo belangrijk voor het in stand houden van de oorspronkelijke rijke flora en fauna ! Als de biodiversiteit verloren gaat wordt ook het leefgebied aangetast van de bedreigde orang oetans, olifanten en tijgers Lees meer over hoe de palmolie- en suikerindustrie de oerwouden, flora en fauna op Borneo vernietigt !
Maar de palmolie-plantage-trein dendert voort: Livestro vermeldt hoopvol dat de EU en China investeringssteun en belastingkortingen gaan geven aan palmolieproducenten die hun CO2-uitstoot met 35% of meer weten te reduceren. Arme oerwouden !

oliepalmenplantage
oliepalmenplantage: (bron: http://www.emu.dk/gym/fag/ge/billeder/regnskov/oliepalmeplantage.jpg)

In een regenwoud is 10 x zoveel CO2 permanent opgeslagen als in een palmolieplantage (Johan Verburg in het FD van 8-9-2009)

In het FD van 8-9-2009 wordt Livestro van repliek gediend door zowel IUCN Nederland, OxfamNovib, Solidaridad als ook het Wereld Natuurfonds-WNF. Naast bovenstaande door mij genoemde argumenten stelt men het volgende.

palmolie door ontbossing op Borneo
De hellingen worden wel weer "mooi groen" (zie de plantagefoto's boven), maar de zo belangrijke biodiversiteit en het echte oerwoudkarakter als leefgebied voor vele planten- en dierensoorten wordt definitief zwaar aangetast, zeg maar eerlijk: vernietigd..

1) Voor de aanleg van Oliepalmplantages worden vaak veenbossen ontwaterd en het oerwoud met o.a. woudreuzen gekapt. Daarbij komen zoveel broeikasgassen vrij dat je 600 jaar biodiesel moet gaan gebruiken om dat te compenseren (Johan Verburg, Oxfam Novib in het FD van 8-9-2009). Ook Nico Roozen, directeur Solidaridad en Johan van den Gronden, algemeen directeur Wereld Natuur Fonds- WNF hebben het over enkele honderden jaren (Fd, 8-9-2009).
2) Welliswaar kunnen oliepalmen in de groei meer koolstof uit de lucht opnemen dan een evenwichtig tropisch regenwoud, maar veelal worden ze na ca. 25 jaar vervangen, dus gekapt en verwerkt tot hout of verbrandt. In dat laatste geval komt alle gebonden CO2 weer in de atmosfeer (Johan Verburg, Oxfam Novib in het FD van 8-9-2009). Anderen spreken over een cyclus van 30 à 35 jaar (bron).

Er is veel water nodig om oliepalmbomen te kweken en de palmolie om te zetten in biobrandstof;
"It takes about 4,600 litres of water to produce one litre of pure ethane oil (bio-ethanol) if it comes from sugar, and it takes 1,900 litres of water if it comes from palm oil," Mr Brabeck-Letmathe (CEO of Nestlé, the world largest food producer) says.



Verantwoorde palmolieproductie
De productie van palmolie kan voor de wereld een goede zaak zijn, vooral als voedselproductie, maar als we onze oerwouden gaan kappen om via de - zeer omstreden- "CO2-uitstoot besparende" biodiesel de wereld te redden, dan spannen we het paard gewoon achter de wagen: omdat we denken dat we met de productie en het gebruik van biodiesel het klimaat positief kunnen beïnvloeden, kappen we de steeds schaarser wordende oerwouden, die voor het overleven van flora en fauna op deze wereld juist van zo groot belang zijn. En die oerwoudkap zal ook ons klimaat in slechte zin beïnvloeden ! De politici berijden een nieuw stokpaardje en de de commercie ziet er volop brood in en kapt rücksichtloos onze belangrijke oerwouden om geld te verdienen aan de houtopbrengst en de oliepalmplantages.

De ronde tafel voor Duurzame Palmolie (RSPO) is een initiatief van bedrijven en maatschappelijke organisaties. Ze hebben een standaard ontwikkeld voor verantwoorde palmolieproductie, waarbij mens en natuur worden gespaard en de broeikasgas-uitstoot wordt beperkt. Het WNF en Solidaridad zijn in het RSPO vertegenwoordigd. Men roept bedrijven op zich bij dit initiatief aan te sluiten (FD, 8-9-2009). Men denkt hierbij o.a. aan de aanleg van plantages op reeds ontgonnen gebieden, waarvoor dan dus geen oerwoudkap meer nodig is. Maar ook aan het veel effectiever exploiteren van bestaande palmolieplantages, wat tot veel hogere opbrengsten kan leiden.

Alhoewel milieubewegingen vraagtekens zetten bij het groene gehalte van duurzame palmolie is het wel zeker dat de produktie van zulke olie duurder is.

"Als er op mijn grafsteen staat dat ik de ontbossing met 60% heb gestopt, dan ben ik tevreden"
Nee, geen uitspraak van GreeenPeace, maar van topman Paul Polman van Unilever, de zeep- en levensmiddelengigant. Hij wil de omzet van het concern in 10 jaar tijd verdubbelen, maar tegelijkertijd het milieu voor de helft belasten van nu. Het kost Unilever € 25 miljoen per jaar om 100% duurzame palmolie te gebruiken. Unilever staat, net als AKZO-Nobel, TNT en (tot 2010) ook Royal Dutch Shell, in de Dow Jones Sustaiability Index (bron: FD, 16-11-2010).


Prijsvorming van palmolie

De markt voor palmolie is anno 2011 ca. $ 150 miljard (= 150.000 miljoen). Dat is ongeveer gelijk aan een kwart van het Nederlandse bruto nationaal produkt (ruim 600 miljard). Het is veruit de belangrijkste tropische olie en goed voor 30% van de wereldproduktie van eetbare oliën.

Bij een multinational als Unilever zit er in de prijs van een pakje margarine ca. 20% voor de gebruikte palmolie. Bij huismerken is dat wel 40% omdat die minder concern-overhead hebben. Als de palmolieprijs dus 25% is gedaald, dan zou de prijs van margarine bij Unilever 20% van 25% = 5% omlaag moeten kunnen en bij een huismerk 40% van 25% = 10%.

In februari 2011 piekte de prijs van een ton (1000 kilo) palmolie op $ 1300, dus $ 1,30 per kilo. op de beurs van Maleisië is de prijs voor levering in september 2011 in juli 2011 gezakt naar $1004. Het duurt vaak 3-6 maanden voordat de voedingsmiddelenindustrie dit soort prijsschommelingen doorberekent.

Toename van het oliepalmen productieareaal zorgt in principe voor prijsdruk. Tijdens de viering van Ramadan (vanaf begin augustus) wordt in Maleisië en Indonesië minder geoogst, wat in principe een prijsopdrijvend effect kan hebben.

Alhoewel milieubewegingen vraagtekens zetten bij het groene gehalte van duurzame palmolie is het wel zeker dat de produktie van zulke olie duurder is.

Omdat palmolie als brandstof wordt gebruikt wordt de prijs er van ook sterk bepaald door de prijsvorming van fossiele olie. In veel landen stappen de mensen redelijk makkelijk over van de ene op de andere brandstof om op te koken of voor hun vervoer.

Bron: FD, 6-7-2011.

 

palmolieprijsgrafiek

klik op grafiek voor vergroting (bron)

Elsevier.nl, 26 maart 2008 kopte als volgt: "Door de stijgende vraag naar milieuvriendelijkere brandstoffen, verdubbelde de prijs van palmolie in een jaar tijd".

Arme bewoners van de derde wereld, waar palmolie een belangrijke bron is van voedsel en brandstof..........

Arme oerwouden en biodiversiteit, die geslachtofferd worden op het altaar van de CO2-reductie-gekte........



Borneo
Borneo staat onder het bestuur van 3 verschillende landen: Maleisië (de staten Sabah en Sarawak), Indonesië (Kalimantan) en Brunei.
Lees meer over de ontbossing van Borneo door o.a. de aanleg van vele oliepalmplantages.
Borneo heeft 3 miljoen hectare met oliepalmplantages beplant. Gepland areaal: 10 miljoen (1/7 van het eiland). (bron: WNF)
Orang Oetans, die bijna alleen nog in groten getale in Borneo voorkomen, gaan qua populatie-aantallen sterk achteruit door de oerwoudkap ten behoeve van de palmolieplantages. Lees wat Simon Rozendaal hier al in 2007 over rapporteerde !

EU- Europese Unie
De EU is na India de grootste afnemer van palmolie ter wereld (bron: WNF).

India
India is de grootste afnemer van Palmolie ter wereld (bron: WNF).

Indonesië
De voornaamste palmolieproducerende landen zijn Maleisië (no.2) en Indonesië (no.1) (bron: Livestro, in het FD, 29-8-2009 en FD, 6-7-2011)
In 10 jaar tijd (1993-2003) groeide het oppervlak oliepalmplantages in Indonesië met 300 procent (bron: WNF).

In 2001 waren 13 Nederlandse banken betrokken bij het financieren van de palmolie- en papierindustrie in Indonesië. In 2001 hebben ABN Amro, Rabobank, Fortis en ING toegezegd niet meer te investeren in plantages waarvoor tropisch bos moet wijken (bron: WNF).

Madagascar (Africa)
Hier wordt door o.a het Koreaanse Daiwoo meer dan een miljoen ha. palmolieplantages geëxploiteerd.

Maleisië
De voornaamste palmolieproducerende landen zijn Maleisië (no.2) en Indonesië (no.1) (bron: Livestro, in het FD, 29-8-2009en FD, 6-7-2011)

Nederland
Nederland is binnen de EU de grootste importeur van palmolie; ongeveer de helft van de invoer gaat door naar andere landen (bron: WNF).


Links:
http://www.palmoil.com/

www.biofuelwatch.org.uk
Kritische site over biodiesel. Groen is een rekbaar begrip, zo betogen de beheerders van deze site. Ze pogen transparantie te brengen in de wereldmarkt voor biobrandstof.


Oude aandelen in oliepalmplantages: klik hier.



U bent hier: inhoudsopgave - schone energie - oliepalmen
Google
 
Web www.hugovandermolen.nl

Deze website is een activiteit van Van der Molen Financial Services, Copyright 2007 e.v.

Mail ons uw commentaar, aanvullingenen en correcties !